Naar hoofdinhoud
1.. De repressieve brandbestrijding, de hulpverlening en de overige werkzaamheden geschieden door het beroeps- en vrijwillig personeel. 2.. De werkzaamheden, de brandweerzorg betreffende, zijn aan het korps van de gemeentelijke brandweer opgedragen overeenkomstig de regelingen, die de commandant, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening en de krachtens deze verordening door het college te nemen besluiten, schriftelijk vaststelt. De regelingen behoeven de goedkeuring van het college. 3.. De in het vorige lid bedoelde regelingen hebben in elk geval betrekking op de alarmering, de uitruk, de blussing van brand, het verlenen van hulp, de bediening en het onderhoud van het materieel, de consignering, alsmede de wachtdiensten en werkzaamheden verband houdende met het voorkomen van brand en het beperken van brandgevaar. 4.. Tot de taakuitoefening van het korps van de gemeentelijke brandweer behoort de toetsing aan brandveiligheidseisen in elk geval van verzoeken om: een bouwvergunning krachtens de Woningwet; een vergunning krachtens de Wet Milieubeheer; een gebruiksvergunning krachtens de Bouwverordening; een gebruiksvergunning krachtens de Brandbeveiligingsverordening. 5.. De preventieve brandweerzorg geschiedt door het beroepspersoneel, onverminderd de verplichting van het vrijwillig personeel om hieraan mede te werken, wanneer daarvoor in aanmerking komende zaken aan dit personeel bekend worden.

Rechtspraak bij dit artikel