Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Afdeling 4

Artikel 7.17

Losse standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Opmeer 2023

1.. Het innemen, of hebben, van een losse standplaats is toegestaan op een locatie die als zodanig is (mede)bestemd in het tijdelijke omgevingsplan; 2.. Degene die een losse standplaats inneemt als bedoeld in het eerste lid doet hiervan twee werkdagen van tevoren schriftelijk melding bij het college van burgemeester en wethouders; 3.. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders een losse standplaats in te nemen, of te hebben, op locaties anders dan bedoeld in het eerste lid. Dit verbod geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciale Omgevingsverordening; 4.. Het college van burgemeester en wethouders kan de omgevingsvergunning als bedoeld in het derde lid weigeren als: Er sprake is van strijdigheden met het geldende tijdelijke omgevingsplan; of De standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of Er sprake is van een ongeschikte locatie voor een standplaats; of Er sprake is van particulier terrein waar de standplaats in zal worden genomen en geen toestemming is verkregen van de eigenaar van het betreffende terrein; of Een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met dwingende reden van algemeen belang

Rechtspraak bij dit artikel