Indien het vaartuig in de loop van een in de tarieventabel genoemd heffingstijdvak van een kalenderkwartaal uit de haven vertrekt en daar in de loop van dat tijdvak terugkeert, wordt het gebruik en genot van de haven niet geacht te zijn onderbroken.
Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn het betaalde binnenhavengeld op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde binnenhavengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde binnenhavengeld lager is dan het betaalde, teruggave niet plaatsvindt.
Artikel 9.
Restitutie, onderbreking of vervanging
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BINNENHAVENGELD VLISSINGEN 2024