De kern Uden is vermoedelijk ontstaan uit een tiendakkerdorp; een kleine kern rondom een kerk die centraal lag voor een reeks gehuchten in een aaneengesloten akkergebied. Zo lagen er kleine concentraties bebouwing nabij de huidige Pius X-kerk, de Bitswijk, het driehoekige marktveld, het Brigittenissenklooster en het Moleneind. Deze gehuchten zijn geleidelijk aaneengegroeid.
Uden heeft van oudsher een centrumfunctie gehad. Er was sprake van een religieus centrum (Sint-Petruskerk) en een economisch centrum (marktveld).In de loop der tijd werden verscheidene kloosters in het dorp gesticht. De marktfunctie was vooral verbonden met de handel in agrarische producten, landbouwartikelen en vee.
Rond 1900 had het bebouwingslint van Uden nog een sterk agrarisch karakter. Een ruimtelijke ingreep die belangrijke gevolgen had voor de ontwikkeling van Uden, was de aanleg van de spoorlijn tussen Boxtel en het Rijnland. Rondom het station, dat werd gelokaliseerd ten zuidoosten van de Markt, vestigde zich enige industrie. In dezelfde periode werden langs de Prior van Milstraat enkele villa’s gebouwd.
Na de Tweede Wereldoorlog zou de kern Uden sterk worden uitgebreid. De aanwijzing in 1951 tot kerngemeente en de industrialisatie vormden de achtergrond. Woonbebouwing werd vooral aan de westzijde en noordoostzijde van de kern gerealiseerd. De industrie werd geconcentreerd ten zuiden van de spoorlijn en aan de Industrielaan. Ten aanzien van het historische dorpsgebied geldt dat het karakter na 1950 sterk is gewijzigd. De schaal en het karakter van de bebouwing in de omgeving van de Markt en Marktstraat zijn sterk gewijzigd. In de huidige dorpsstructuur is de functionele geleding, met een economisch en religieus gedeelte, nog goed herkenbaar.
Hoofdstuk 10. › Paragraaf 10.3
Artikel 10.3.1
Historisch-ruimtelijke structuur Uden
Onderdeel van Welstandsnota gemeente Maashorst 2023