Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.16

Artikel 2.16.3

Monumenten

Onderdeel van Welstandsnota gemeente Maashorst 2023

Voorop dient te worden gesteld, dat in de Woningwet -evenals dat in de Woningwet 1991 het geval was- is geregeld dat bouwen op, bij, aan of in een monument of in een door het rijk aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988 nooit vergunningsvrij is. Ook met invoering van de Wabo en de wijzing van de Monumentenwet geldt dit nog steeds. Naast een welstandstoetsing is tevens een toetsing in het kader van de monumentenwet nodig. Beide toetsingen verschillen inhoudelijk: De ‘monumentale’ toetsing vindt plaats aan de hand van de beschrijving die ten grondslag heeft gelegen aan de aanwijzing tot monument. De wijziging aan het bouwwerk wordt beoordeeld binnen het kader van de monumentale en historische waarde ervan, zoals vastgelegd in de beschrijving. Conservering van het bouwwerk in zijn oorspronkelijke, vastgelegde staat is uitgangspunt. In de welstandstoetsing wordt het te wijzigen bouwwerk beoordeeld naar redelijke eisen van welstand van het bouwwerk op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving. Deze toetsing geschiedt aan de hand van de in de welstandsnota vastgelegde welstandcriteria. De welstandsbeoordeling heeft niet de conservering van het bouwwerk tot uitgangspunt. Toetsing in het kader van de monumentenwetgeving vindt plaats door de monumentencommissie, die zelfstandig kan functioneren dan wel gecombineerd of geïntegreerd met de welstandscommissie. Beide toetsingen dienen echter onafhankelijk van elkaar te geschieden en ook te leiden tot twee afzonderlijke adviezen aan burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel