**1..** Degene die een activiteit verricht als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de houtopstanden waarvoor verbodsbepalingen zijn opgenomen, is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken;
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.