In de bomenverordening is vastgesteld dat bij het vellen van monumentale en toekomstbomen altijd een herplantplicht wordt opgelegd.
Voor bomen die vergunningsplichtig zijn en die door noodvelling of overmacht (bijvoorbeeld storm) zijn neergegaan, dient achteraf een vergunning te worden aangevraagd. Voor deze bomen geldt meestal een herplantplicht en instandhoudingsplicht. Door het aanvragen van een vergunning kan deze plicht worden opgelegd.
De herplantplicht is trapsgewijs ingericht. Op deze manier zorgen we ervoor dat nieuwe bomen worden aangeplant op daarvoor geschikte locaties. Uitgangspunten zijn:
Bij het beoordelen van de aanvraag van een velvergunning wordt nagegaan of op de locatie van het vellen een groeiplaats ingericht kan worden die voldoet aan de eisen van het Handboek Bomen voor die boom op die plek. Om te bepalen aan welke eisen de groeiplaats moet voldoen, kan de Boommonitor van het Norminstituut Bomen worden ingevuld. Indien er voldoende ruimte is, zowel ondergronds als bovengronds, wordt herplant op dezelfde locatie uitgevoerd.
Als herplant op dezelfde locatie niet mogelijk of beargumenteerd onwenselijk is, wordt gezocht naar een andere locatie waar wel herplant mogelijk is. Hierbij wordt bij voorkeur een locatie in de zichtomgeving van de huidige standplaats gevonden waar een groeiplaats kan worden ingericht voor een boom van dezelfde grootte als de gevelde boom.
Als dit niet mogelijk is, kan opgelegd worden dat een vergoeding wordt gestort in het gemeentelijk bomenfonds. Hoe groot deze vergoeding is hangt af van de boomwaarde en wordt gerelateerd aan de kosten die gemaakt zouden zijn als herplant wel mogelijk was geweest en was uitgevoerd. De gemeente gebruikt het gemeentelijk bomenfonds om de kwaliteit van het bomenbestand van de gemeente te verhogen. Het geld kan gebruikt worden voor nieuwe aanplant, maar ook voor het verbeteren van groeiplaatsen.
Bij het herplanten van een nieuwe boom kunnen de volgende eisen worden gesteld:
De boomsoort wordt door de gemeente vastgesteld;
De stamomtrek van de terug te planten boom is minimaal 18-20 cm;
De ondergrondse groeiplaats moet geschikt zijn of geschikt worden gemaakt om de boom op die plek gezond de volwassen te laten worden;
Er moeten boompalen bij de boom en een gietrand rondom de kluit worden aangebracht;
De herplant moet binnen één kalenderjaar na velling plaatsvinden.
Als een boom illegaal is geveld, dient herplant altijd op dezelfde plek plaats te vinden, zoals dit in de bomenverordening is beschreven.