Het eerste lid bevat de bepaling dat de leden van de rekenkamer worden benoemd op de voordracht van het presidium. In lid drie is bepaald dat over de voordracht wordt overlegd met de rekenkamer. in afstemming met de rekenkamer. De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door twee verschillend samengestelde raden wordt beslist. Een te lange termijn is echter ook niet wenselijk. Daarom is bepaald dat de voorzitter en de leden van de rekenkamer eenmaal herbenoemd mogen worden. Alle leden van de rekenkamer worden op hetzelfde moment benoemd en de termijnen eindigen dus ook gelijktijdig. Om te voorkomen dat alle leden gelijktijdig vertrekken, kan de rekenkamer een schema van aftreden opstellen.
Het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer draagt ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid).
Artikel 4
Benoeming en herbenoeming
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Epe tot vaststelling van de Verordening gemeentelijke rekenkamer Gemeente Epe 2024