In dit besluit wordt verstaan onder:
Algemeen gebruikelijke voorziening: Voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking én algemeen verkrijgbaar is én niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen.
Algemene voorzieningen: Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning.
Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
Onafhankelijke cliëntondersteuning: Een algemene voorziening, waar burgers informatie en advies over vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan, kunnen krijgen.
Mantelzorger: Persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo: "hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en andere diensten als bedoeld in de zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep."
Ondersteuningsplan: Het plan dat opgesteld wordt door de aanbieder en waarin wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het behalen van de subresultaten, door aanbieders veelal aangeduid als behandelingsplan.
Participatie: Volgens de wettelijke definitie gaat het bij participatie om ‘deelnemen aan het maatschappelijke verkeer’. Dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is het ook een vereiste dat hij zich kan verplaatsen. Participatie is sterk individueel bepaald en de mogelijkheden zullen samenhangen met de beperking.
Persoonlijk plan: Persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wmo.Een door de inwoner opgesteld plan met een omschrijving van de situatie en de mogelijkheden en onmogelijkheden die de inwoner heeft bij het oplossen van zijn beperking in zelfredzaamheid of participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving.
Resultatenplan: Het begrip resultatenplan is omschreven in de verordening. Mocht er sprake zijn van het inzetten van een individuele of maatwerkvoorziening dan staat er in het plan welk resultaat deze aanbieder moet behalen (het “wat”). De exacte invulling van de maatwerk- of individuele voorziening (het “hoe”) bepaalt een aanbieder, in overleg met de inwoner, zelf, en legt dit vast in een ondersteuningsplan.
Sociaalnetwerk: Het sociale netwerk zijn personen uit de huiselijk kring of andere personen met wie de hulpvragen een sociale relatie onderhoudt.
Vertrouwenspersoon: Jeugdigen, ouders, pleegouders en verzorgers kunnen gratis een beroep doen op een onafhankelijk vertrouwenspersoon bij vragen over hun rechten en plichten en vragen, problemen of klachten over de (toeleiding naar de) hulpverlening. Het vertrouwenswerk is voor iedereen toegankelijk die te maken heeft met de (toeleiding naar de) jeugdhulp. Het vertrouwenswerk is niet bedoeld voor jeugdigen die verblijven in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI).
Voorzienbaarheid: Het begrip voorzienbaarheid gaat over het anticiperen op situaties waarvan gesteld kan worden dat die te voorzien zijn. Bij het beoordelen van een situatie en de mate van voorzienbaarheid zal rekening gehouden worden met de omstandigheden van betrokkene. Ook hier is maatwerk weer het uitgangspunt.
Gezamenlijk huishouden: Hierbij gaat het college uit van de definitie in artikel 1.1.2 van de Wmo 2015, namelijk: van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
ZRM: Zelfredzaamheid-matrix, dit is model ontwikkeld door de GGD Rotterdam en de GGD Amsterdam.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024 gemeente Aa en Hunze