Het college hanteert de volgende uitgangspunten bij gebruikelijke hulp:
Gebruikelijke hulp wordt verwacht van de personen met wie gezamenlijk een huishouden wordt gevoerd. Personen binnen een huishouden zijn altijd zelf primair verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de zelfredzaamheid en de participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving van de leden van die leefeenheid. Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt bepaald door wat op dat moment naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht.
Niet-inwonende kinderen vallen niet onder de definitie. Zij maken geen deel uit van het huishouden. Natuurlijk kunnen ook zij een helpende hand bieden. Dit moet ook onderzocht worden.
Bij gebruikelijke hulp van een inwonend kind moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden van dat kind om bij te dragen. Bij de afweging wordt rekening gehouden met de leeftijd, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van het betreffende kind om te helpen.
De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder hun schoolprestaties. De bijdrage die van kinderen wordt gevraagd is afhankelijk van de leeftijd volgens de volgende uitgangspunten:
Van kinderen tot 5 jaar wordt geen bijdrage in het huishouden gevraagd.
Van kinderen tussen 5-12 jaar wordt een lichte bijdrage gevraagd in de vorm van opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een kleine boodschap doen, kleding in de wasmand doen e.d.
Van kinderen tussen 13-17 jaar wordt een grotere bijdrage gevraagd. Van hen wordt tevens verlangd dat zij hun eigen kamer op orde houden (opruimen, stofzuigen, bed verschonen e.d.).
Van jongvolwassenen tussen 18-23 jaar wordt verlangd dat zij een bijdrage leveren die in omvang overeenkomt met een éénpersoonshuishouden.
Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van gebruikelijke hulp worden in ieder geval de volgende aspecten gewogen:
De aard van de benodigde ondersteuning.
De mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning.
De frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning.
De duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is.
Gebruikelijke hulp is niet of in mindere mate van toepassing als uit objectief onderzoek blijkt dat personen binnen de leefeenheid niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen vanwege:
(langdurige) fysieke afwezigheid of
een beperking of een beperkte leerbaarheid of
(dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat.
De invulling van de gebruikelijke hup mag men zelf bepalen. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Het hoeft niet te betekenen dat het huisouden deze hulp zelf uitvoert. De gebruikelijke hulp kan door de inwoner ook aan derden uitbesteed worden of met eigen financiële middelen ingekocht worden.
Voor gebruikelijke hulp wordt geen (aanvullende) ondersteuning geboden vanuit de Wmo.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3.1
Gebruikelijke hulp bij huishouden
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024 gemeente Aa en Hunze