Naar hoofdinhoud

Hoofstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.12

Beëindiging

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024 gemeente Aa en Hunze

Onverminderd het bepaalde in de Wmo en in de verordening beëindigt het college het recht op een maatwerkvoorziening als: inwoner verhuist naar een andere gemeente; Inwoner overlijdt; er sprake is van fraude; er naar oordeel van het college sprake is van onvoldoende doelmatigheid inwoner aangeeft dat zijn situatie is veranderd en het college vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet of niet meer noodzakelijk is; Inwoner een indicatie heeft in het kader van de Wet langdurige zorg, een 24-uursindicatie vanuit de Zorgverzekeringswet of als er sprake is van forensische zorg als bedoeld in de Wet forensische zorg én de verstrekking van een maatwerkvoorziening onder één van de genoemde wetten valt; Inwoner de hulp binnen 6 maanden na toekenning niet heeft aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt of langer dan 6 maanden niet heeft benut; in geval van onterecht gebruik van ondersteuning na beëindiging van de indicatie, kunnen eventuele kosten die hieruit voortvloeien op cliënt worden verhaald.

Rechtspraak bij dit artikel