Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Afwegingskader interventieniveaus

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024 gemeente Aa en Hunze

1.. Naast de hoofd- en subresultaten gebruikt het college interventieniveaus om de intensiteit van de ondersteuning aan te duiden. 2.. Het in te zetten interventieniveau wordt bepaald door een combinatie van de volgende afwegingen: belasting van de ondersteuning voor de inwoner (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner); het aantal resultaten dat behaald moet worden; volgordelijkheid: prioritering van de gewenste resultaten; enkelvoudige- meervoudige- of complexe problematiek; beeld van de problematiek is helder/diffuus; de benodigde intensiteit van de ondersteuning; de mate van specialistische ondersteuning. 3.. De afwegingen voor interventieniveau 4 zijn: het betreft de ondersteuning die laagfrequent is en in te zetten bij een enkelvoudig te behalen resultaat; de belasting voor de inwoner van de ondersteuning is laag (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner); er is geen sprake van een diffuus beeld; er is geen specialistische ondersteuning nodig; er is indien nodig sprake van nazorg. 4.. De afwegingen voor interventieniveau 5 zijn: het betreft de ondersteuning die frequent nodig is; de belasting voor de inwoner van de ondersteuning is gemiddeld of hoog (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner); er wordt gelijktijdig aan één of meerdere resultaten gewerkt; er is geen sprake van een diffuus beeld; er kan eventueel sprake zijn van specialistische ondersteuning. 5.. De afwegingen voor interventieniveau 6 zijn: het betreft de ondersteuning die hoogfrequent nodig is en waarbij alle onderstaande kenmerken van toepassing zijn: de belasting voor de inwoner van de ondersteuning is hoog (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner); er wordt gelijktijdig aan 2 of meerdere resultaten gewerkt; problemen op meerdere leefgebieden beïnvloeden elkaar negatief; er is sprake is van een diffuus beeld; er is sprake van specialistische ondersteuning. 6.. De afwegingen voor interventieniveau 7 zijn: de ondersteuning is exclusief verblijf in de vorm van: daghulp wat de aanbieder buitenshuis en in dagdelen uitvoert; dagbesteding wat de aanbieder buitenshuis en in dagdelen uitvoerdt G1 – gezondheid wat dewordt ambulant door de aanbieder uitgevoerd; thuiswonen+: wordt ambulant door de aanbieder uitgevoerd. 7.. De afwegingen voor interventieniveau 8 zijn: Er is sprake van verblijf waarbij aanbieder 24 uur per dag ondersteuning biedt.

Rechtspraak bij dit artikel