Ambtelijke bijstand wordt verleend, tenzij
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt, dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
de taakuitoefening van de betreffende functionarissen hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht.
Artikel 4.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning (2024)