Naar hoofdinhoud
1.. De adviescommissies hebben de planbehandeling aan de secretaris van de adviescommissie gemandateerd in geval het een plan betreft dat geen betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument, het een plan op pandniveau is én het om de volgende situaties gaat: een ingreep in een gemeentelijk monument: die niet de kern van de monumentale waarde raakt (zoals kan blijken uit de redengevende omschrijving); die inpandige veranderingen betreffen en wanneer evident is dat dit voor de bescherming van ondergeschikte monumentale betekenis is; met een geringe ruimtelijke/architectonische complexiteit en betekenis; waarvoor de adviescommissie al een advies heeft uitgebracht, maar die nog getoetst moeten worden aan de erfgoedaspecten van de voorwaarden in het uitgebrachte advies; een ingreep anders dan in een gemeentelijk monument voor zover het gaat om: een plan met een geringe ruimtelijke/architectonische complexiteit en betekenis; een plan met een geringe maatschappelijke en politieke gevoeligheid; een plan waarover de mening van de adviescommissie als bekend mag worden verondersteld gelet op eerdere vergelijkbare gevallen; een plan dat als schetsplan reeds positief door een adviescommissie is beoordeeld; een plan dat reeds positief is bevonden door de adviescommissie, maar marginaal is gewijzigd. De secretaris verzorgt in deze gevallen en voor zover nodig de (inhoudelijke en organisatorische) afstemming met de (monumenten)deskundige(n) van de adviescommissie. 2.. In geval van twijfel legt de secretaris het verzoek om advies alsnog voor aan de adviescommissie. 3.. De secretaris legt over de uitvoering van het mandaat verantwoording af aan de adviescommissie. 4.. De adviescommissies behouden te allen tijde het recht om informatie over adviezen in te winnen bij de secretaris en de plannen in te zien.

Rechtspraak bij dit artikel