Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Verbod op lozen van hemelwater op de openbare riolering

Onderdeel van Verordening afvoer hemel- en grondwater Dongen

Het is verboden om zonder hemelwatervoorziening vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater van meer dan 20m2 te lozen op de riolering of openbaar terrein; dit moet op het eigen perceel worden verwerkt. De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorzieningen waarbij het volgende geldt: De minimaal te realiseren hemelwatervoorziening moet tenminste 60 mm (60 liter)per m2 verhard oppervlak, recht van boven bemeten, kunnen verwerken. Wanneer nieuw verhard oppervlak aansluit op bestaand verhard oppervlak op het zelfde perceel, dient men voor het bestaand verhard oppervlak 7 mm per m2 retentie toe te voegen aan de hemelwatervoorziening. Voor het oppervlak aan groen dak in m2, recht van boven bemeten, wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist; De maximale leeglooptijd voor een infiltratievoorziening is 48 uur; Indien infiltratie (aantoonbaar) niet mogelijk is, bedraagt de afvoer naar openbaar water of gemeentelijk afwateringsstelsel maximaal 2l/s/ha; Bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel niet afnemen. Het hemelwater mag niet verontreinigd raken voordat het de hemelwatervoorziening bereikt. Om verstopping van de afvoer te voorkomen dient de afvoer minimaal een diameter van 40 mm te bedragen. De hemelwatervoorziening wordt voorzien van een overstort waarbij het overtollige water oppervlakkig afstroomt naar openbaar water of gemeentelijk afwateringstelsel. De benodigde voorziening(en) als bedoeld in lid 2 dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden; De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid en de verplichtingen in het tweede lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod en de verplichtingen of wanneer in een nieuwbouwsituatie de verdeling van de 60 mm waterberging tussen openbaar en privé om moverende reden anders wordt bepaald. De beheerder kan hiervoor tevens voorwaarden of voorschriften verbinden aan de verleende ontheffing. De beheerder verleent ook ontheffing bij toepassing van een groen dak (lid c) voor het oppervlak waar deze wordt toegepast (recht van boven gemeten).

Rechtspraak bij dit artikel