In sommige situaties kan de groen- en reststrook op grond van de toetsingscriteria uit hoofdstuk 3 niet worden verkocht of wil de gebruiker de grond niet kopen. In die gevallen verzoekt de gemeente de gebruiker om het gebruik van de grond te beëindigen, de grond te ontruimen en de grond weer beschikbaar te stellen aan de gemeente. Dit houdt in dat de groen- en reststrook binnen een redelijke termijn moet worden vrijgemaakt van aangebrachte zaken als beplanting, bestrating, afscheidingen en eventuele opstallen. De gemeente geeft geen vergoeding voor de verwijderde zaken, noch voor de eventueel gemaakte kosten van het verwijderen. Als de gebruiker niet meewerkt aan een verzoek tot ontruiming zal de gemeente handhavend optreden, privaatrechtelijk handhaven is hierbij het uitgangspunt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Ontruimen van gemeentegrond
Onderdeel van Beleidsnota Uitgifte groen- en reststroken