Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening Gelrepas

1.. Wil de belanghebbende die behoort tot de kring van rechthebbenden in aanmerking komen voor de Gelrepas, dan dient het in aanmerking te nemen inkomen lager te zijn dan of gelijk aan 120% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2. van de wet. 2.. Kinderen van 4 tot 18 jaar, waarvan de ouders/verzorgers tot de kring van rechthebbenden behoren en waarbij het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan of gelijk is aan 150% van de voor hen van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet, komen in aanmerking voor de Gelrepas. 3.. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid dient het vermogen van belanghebbende op datum aanvraag lager dan of gelijk te zijn aan de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, lid 3, respectievelijk sub a, b en c van de wet. 4.. Kinderen tot 18 jaar waarvan de ouders/verzorgers deelnemen aan een schuldentraject, komen ongeacht de hoogte van het gezinsinkomen in aamerking voor de Gelrepas.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel