Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Belastingplicht

Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2024

1. . De belasting bedoeld in artikel 12, onder a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. . Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen. 3. . Zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 12, onderdeel a, heeft plaatsgevonden wordt als belastingplichtige aangemerkt de houder van het voertuig, met dien verstande dat: wanneer voor een periode van ten hoogste drie maanden een huur- of lease overeenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; Wanneer blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, wordt die ander aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 4. . De belasting bedoeld in artikel 12, onder a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het derde lid, onderdeel b als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 5. . De belasting bedoeld in artikel 12, onder b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel