Uitsluitingen in verband met diersoort. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
indien de schade is aangericht door een diersoort met betrekking waartoe krachtens artikel 5.2, derde lid, van de wet, flora- en fauna-activiteiten zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht;
indien de schade is aangericht door een diersoort met betrekking waartoe krachtens artikel 5.2, eerste lid, van de wet, flora- en fauna-activiteiten bij verordening zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht, tenzij aan die vrijstelling voorwaarden, beperkingen of clausules zijn verbonden waardoor deze feitelijk gelijkgesteld moet worden aan een omgevingsvergunning verleend op basis van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet;
voor schade door een diersoort met betrekking waartoe een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit krachtens artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet is verleend, waarbij in de verleende omgevingsvergunning geen bepalingen zijn opgenomen die de schadebestrijding in de weg staan;
voor schade veroorzaakt door een diersoort, vermeld in artikel 8.3, vierde lid, van de wet, waarop de minister de jacht heeft geopend, met uitzondering van de wilde eend buiten de periode waarop de jacht op deze diersoort is geopend;
indien de schade is aangericht door de huisspitsmuis, bosmuis, veldmuis of de mol, en voor flora- en fauna-activiteiten met betrekking tot deze soorten een omgevingsvergunning of een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht geldt in verband met de bestrijding van schade aan landbouwgewassen.
Uitsluitingen in verband met locatie/functie percelen. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
voor schade aangericht op gronden gelegen binnen een in het omgevingsplan of de omgevingsverordening begrensde bebouwingscontour;
voor schade op gronden binnen een straal van 500 meter van een vuilstortplaats, tenzij de schade is aangericht op gronden die zijn aangewezen als ganzenrustgebied door een schadeveroorzakende soort die, in de periode dat de schade is veroorzaakt, niet mocht worden verontrust of gedood;
voor schade aangericht aan bedrijfsmatig geteelde gewassen in een kas, of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren in een stal;
indien de schade is aangericht aan gewassen op gronden:
waarvoor met een publiekrechtelijke rechtspersoon of een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie een pachtovereenkomst ingevolge artikel 7:388 BW, is afgesloten; of
waarvoor een (erf)pachtovereenkomst is gesloten en aan deze gronden beperkingen in het landbouwkundig gebruik, of beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten zijn verbonden; of
die feitelijk niet voor landbouwkundige doeleinden worden gebruikt; of
die een functie hebben als waterkering.
Uitsluitingen in verband met [moment van] de teelt. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de maand oktober (najaarsgras);
indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de periode 1 oktober tot en met 31 januari daaropvolgend, en het grasgewas bestemd is voor beweiding met schapen;
indien de schade is aangericht aan knol-, bol- en wortelgewassen die na 1 december van het teeltseizoen worden geoogst; met uitzondering van suikerbieten, onderdekkersteelten en bloembollen;
voor schade door vogels aan steenvruchten en zacht fruit/kleinfruit;
indien de schade is aangericht aan gewassen die geteeld worden voor de verbetering van een ras (veredeling), of vermeerdering van het veredelde gewas;
indien de schade is aangericht aan bijproducten van gewassen; aan geoogste gewassen, aan opgeslagen voedergewassen, groenbemesters, verpakte voedergewassen.
Uitsluitingen in verband met overige redenen. Geen tegemoetkoming wordt verleend:
indien door handelen of nalaten van de aanvrager de taxateur de schade niet meer kan taxeren, in elk geval als aanvrager het beschadigde gewas al geoogst of heringezaaid heeft, of als er vee is ingeschaard;
indien de aanvrager het beschadigde gewas niet meer zal oogsten, of het betreffende perceel niet meer in gebruik zal nemen;
voor schade aangericht aan materialen die worden aangewend voor het (tijdelijk) afdekken van gewassen;
indien het risico van faunaschade door een beschermde diersoort verzekerbaar is, bij tenminste twee in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen;
indien de schade is veroorzaakt door een ziekte;
In andere gevallen, waarin Gedeputeerde Staten oordelen dat de schade redelijkerwijs ten laste van de aanvrager behoort te blijven.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6