Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3

Verbod op lozen van hemelwater op de riolering

Onderdeel van Verordening hemelwater Loon op Zand

1.. Het is verboden om zonder hemelwatervoorziening vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. 2.. De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorzieningen waarbij het volgende geldt: De minimale te realiseren hemelwatervoorziening moet 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak kunnen verwerken. De maximale leeglooptijd van een infiltratievoorziening is 48 uur. Indien infiltratie aantoonbaar niet mogelijk is, bedraagt de afvoer naar openbaar water of gemeentelijk afwateringstelsel maximaal 2 l/s/ha. Om verstopping van de afvoer te voorkomen dient de afvoer minimaal een diameter van 40 mm te bedragen. De hemelwatervoorziening wordt voorzien van een overstort waarbij het overtollige water oppervlakkig afstroomt naar openbaar water of gemeentelijk afwateringstelsel. 3.. De voorzieningen als bedoeld in lid 2 dienen uiterlijk 6 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden door de eigenaar van het perceel. 4.. De beheerder van het openbare riool kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid en de verplichting in het tweede lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod en de verplichtingen. 5.. Het is verboden om hemelwater, grondwater, bronneringswater of drainagewater te lozen op het drukriool (mechanische riolering).

Rechtspraak bij dit artikel