In het 3e jaar van de raadsperiode evalueert de rekenkamer zichzelf. In deze evaluatie dienen in ieder geval de volgende punten aan de orde te komen:
het functioneren van de voorzitter en de leden;
de hoogte van het budget;
de hoogte van de vergoeding voor de voorzitter en de leden;
de samenstelling van de commissie;
het onderzoeksproces en
de effecten van de onderzoeksresultaten.