Indien op basis van deze verordening een adviseur moet worden ingeschakeld, benoemt het bestuursorgaan binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, een adviseur.
Voorafgaand aan de benoeming van de adviseur zendt het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden een mededeling over het voornemen een adviseur of te benoemen.
De aanvrager en de belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van de adviseur bij het bestuursorgaan indienen.
Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking.