Naar hoofdinhoud
De commissie bestaat uit minimaal twee en maximaal zes leden, de voorzitter daaronder begrepen. De commissie bestaat gelet op het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet uit tenminste vier leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. De raad mandateert het college van burgemeester en wethouders om leden van de commissie te benoemen. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant draagt leden en plaatsvervangers voor om te benoemen die de leden bij afwezigheid kunnen vervangen. De door de Odzob voorgedragen leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van hun professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Delegatie van de bevoegdheid tot benoeming van leden en plaats¬vervangers aan burgemeester en wethouders is overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.3 Algemene wet bestuursrecht en artikel 156 van de Gemeentewet mogelijk. In afwijking van het tweede lid kunnen lokale (burger-)leden en hun plaatsvervangers worden benoemd. De burgerleden en hun plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, monumentenzorg, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologie. Deze disciplines kunnen in overleg met de commissie in de toekomst uitgebreid worden tot het gehele domein van de fysieke leefomgeving zoals door de Omgevingswet wordt bestreken. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Een van de leden zorgt voor de verslaglegging en het secretariaat van de commissie, daarin ondersteund door een of meer ambtelijke medewerkers als bedoeld in artikel 6. De commissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel