De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt ten minste het bedrag bedoeld artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste het bedrag zoals bedoeld in het vierde lid.
De in het eerste lid bedoelde aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag.
De in het tweede lid bedoelde minimale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag. De maximale aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt in 2023 € 1.021,02 en wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het WWS-puntenstelsel (Woningwaarderingsstelsel).
De huurprijs voor sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste ingebruikname voor de doelgroep, gedurende de instandhoudingstermijn, zoals bedoeld in artikel 5, onder het bedrag bedoeld in het eerste lid van dit artikel te blijven.
De huurprijs van middeldure huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste ingebruikname voor de doelgroep, gedurende de instandhoudingstermijn, als genoemd in artikel 5, te blijven binnen de bandbreedte genoemd in het tweede lid van dit artikel.