Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (deels) geweigerd worden indien:
Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
Een individuele aanvrager of collectief van makers in het jaar waarin de aanvraag is ingediend al een keer subsidie op basis van deze regeling heeft ontvangen.
Een individuele aanvrager zijn kunstvakopleiding nog niet heeft afgerond;
Een van de criteria omschreven in artikel 10 als niet voldoende gewaardeerd wordt;
De aanvrager gedurende de periode 2025 – 2028 al twee keer subsidie heeft ontvangen op basis van deze regeling;
Leden van een collectief ook individueel subsidie ten behoeve van het in de aanvraag omschreven project hebben ontvangen op basis van deze regeling;
Er reeds subsidie is verkregen als basisvoorziening cultuur, of middels de Meerjarige subsidies professionele kunsten 2025 – 2028 of de impuls en projectenregeling voor organisaties & instellingen.