Naar hoofdinhoud
1.. De leden en de plaatsvervangers worden onder mandaat van de gemeenteraad door het college van burgemeester en wethouders benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar op grond van artikel 156, eerste lid van de gemeentewet. 2.. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 3 jaar worden benoemd daarna zijn de leden hernoembaar. 3.. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel