De koopovereenkomst kan worden aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat:
het Landelijk Bureau Bibob (LBB) in een door de gemeente aangevraagd advies als bedoeld in artikel 5a derde lid van de Wet Bibob tot de conclusie komt dat geen sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 9 derde lid, sub a. en b. de Wet Bibob en/of dat geen sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat bij het sluiten en/of tijdens de uitvoering van deze overeenkomst een strafbaar feit is gepleegd, en
anderszins niet blijkt van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 9 derde lid, sub a. en b. van de Wet Bibob dan wel bij het sluiten en/of tijdens de uitvoering van deze overeenkomst een strafbaar feit is gepleegd, en
kper dan wel aan hem gelieerde natuurlijke en/of rechtspersonen als bedoeld in artikel 3 vierde lid van de Wet Bibob niet veroordeeld is/zijn (al dan niet onherroepelijk) voor het plegen van een of meerdere strafbare feiten, en
koper de vragen die aan hem in verband met het bepaalde in de leden sub a. tot en met c. van dit artikel door hetzij het Landelijk Bureau Bibob op grond van artikel 12, vierde lid Wet Bibob, hetzij door de gemeente al dan niet op grond van artikel 30 Wet Bibob zijn gesteld, volledig en naar waarheid heeft beantwoord.
Hoofdstuk
Artikel 2.7
Bibob-toets opschortende voorwaarde
Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden bedrijventerreinen