Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.16

Integriteit, ontbinding, nadere voorwaarden

Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden bedrijventerreinen

1.. De gemeente en koper komen overeen dat de hierna sub a tot en met d genoemde situaties een ernstige tekortkoming van de koper in de nakoming van zijn verplichtingen opleveren, die een ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigen: het Landelijk Bureau Bibob (LBB) in een door de gemeente aangevraagd advies als bedoeld in artikel 5a derde lid van de Wet Bibob tot de conclusie komt dat sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 9 derde lid, sub a. en b. van de Wet Bibob dan wel dat sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat bij het sluiten en/of tijdens de uitvoering van deze overeenkomst een strafbaar feit is gepleegd, of anderszins blijkt van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 9 derde lid, sub a. en b. van de Wet Bibob dan wel bij het sluiten en/of tijdens de uitvoering van deze overeenkomst een strafbaar feit is gepleegd, of koper dan wel aan hem gelieerde natuurlijke en/of rechtspersonen als bedoeld in artikel 3 vierde lid van de Wet Bibob veroordeeld is/zijn (al dan niet onherroepelijk) voor het plegen van een of meerdere strafbare feiten, of koper heeft nagelaten de vragen die aan hem in verband met het bepaalde in de leden sub a. tot en met c. van dit artikel door hetzij het Landelijk Bureau Bibob op grond van artikel 12, vierde lid Wet Bibob, hetzij door de gemeente al dan niet op grond van artikel 30 Wet Bibob zijn gesteld, volledig en naar waarheid te beantwoorden. 2.. De gemeente en koper komen overeen dat, indien één van de in lid 1 sub a, b, c, of d van dit artikel genoemde situaties zich voordoet, de gemeente bevoegd is om, zonder nadere aankondiging of ingebrekestelling, op de voet van artikel 7:267 BW tot ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan, onverminderd het recht van de gemeente op schadevergoeding. 3.. De gemeente heeft het recht om aan koper nadere voorwaarden en/of voorschriften op te leggen waaronder in ieder geval begrepen het door koper opstellen en uitvoeren van een door de gemeente goedgekeurd verbeterplan/plan van aanpak ter beperking van het hierna sub a. tot en met c. van dit artikellid beschreven gevaar, indien: het Landelijk Bureau Bibob (LBB) in een door de gemeente aangevraagd advies als bedoeld in artikel 5a derde lid van de Wet Bibob tot de conclusie komt dat sprake is van een ernstig dan wel mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 9 derde lid, sub a. en b. van de Wet Bibob dan wel dat sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat bij het sluiten en/of tijdens de uitvoering van deze overeenkomst een strafbaar feit is gepleegd, of anderszins blijkt van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat sprake is van een ernstig dan wel mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 9 derde lid, sub a. en b. van de Wet Bibob dan wel bij het sluiten en/of tijdens de uitvoering van deze overeenkomst een strafbaar feit is gepleegd, of koper dan wel aan hem gelieerde natuurlijke en/of rechtspersonen als bedoeld in artikel 3 vierde lid van de Wet Bibob veroordeeld is/zijn (al dan niet onherroepelijk)voor het plegen van een of meerdere strafbare feiten. 4.. Indien de gemeente van zijn in lid 3 van dit artikel genoemde bevoegdheid gebruik wenst te maken, stelt de gemeente koper hiervan bij aangetekende brief op de hoogte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel