Het perceel grond dient bebouwd, ingericht, onderhouden, afgescheiden en gebruikt te worden met inachtneming van:
de gebruiksvoorschriften van het voor het perceel grond vigerende ruimtelijk plan;
de voorschriften, die in hoofdstuk 3 en dit hoofdstuk zijn vermeld, voor zover daarvan in de koopovereenkomst niet mocht worden afgeweken en
de voorschriften, die aanvullend in de koopovereenkomst met betrekking tot het perceel grond ten aanzien van de eigenaar en de gebruiker mochten worden overeengekomen
Zolang aan deze verplichting tot bouwen en inrichten niet is voldaan, is het bepaalde in de artikelen 4.4 tot en met 4.7 van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 4.8
Bebouwing en inrichting
Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden bedrijventerreinen