De belasting wordt niet geheven ter zake van:
het hebben van voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins moet worden gedoogd;
het hebben op gemeentegrond van straatmeubilair, welke is geplaatst in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente;
voorwerpen uitsluitend ten behoeve van de openbare eredienst, charitatieve instellingen en/of algemeen nut beogende instellingen;
het hebben van voorwerpen op gemeentegrond in relatie tot eenmalige activiteiten, met een publiek karakter die niet langer duren dan één dag zoals jaarmarkten, braderieën, rommelmarkten, tentoonstellingen en evenementen;
door verenigingen, stichtingen, instellingen en dergelijke georganiseerde activiteiten in het kader van jeugd- en jongerenwerk.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2024