Naar hoofdinhoud
De aanvraag voor een toestemming tot aansluiten en/of lozen wordt schriftelijk met een daartoe bestemd formulier bij het college ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel of gebouw. Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt: de naam en het adres van de rechthebbende; de dagtekening; de aanduiding dat het een verzoek om een nieuwe aansluiting of wijziging van een bestaande aansluiting betreft en waarop aangesloten of geloosd gaat worden; de periode van de lozing indien het een tijdelijke aansluiting betreft. de ligging van het aan te sluiten perceel of gebouw: Aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastrale nummer van het betreffende perceel, en Aangegeven op een situatieschets 1:500 of grotere schaal. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool tenminste de volgende gegevens: Het leidingverloop en de dimensionering; De hoogteligging ten opzichte van NAP en het materiaal ter plaatse van het overnamepunt; De wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particulier riool ter plaatse van het overnamepunt zullen worden gemarkeerd. een kopie of registratienummer van de verleende of aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk. een capaciteitsberekening met de aard en de hoeveelheid van het af te voeren hemelwater. Bij de aanvraag zoals bedoeld in het eerste lid moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: De leidingen moeten voldoen aan de eisen, gesteld in de normbladen en/of KOMO-keur. De sleuf of sleuven waarin de riolering of hemelwaterberging op eigen terrein is gelegd, worden pas gedicht nadat de leiding(en) door de behandelend ambtenaar van de gemeente zijn gecontroleerd of na zijn/haar toestemming. Voor woningen moet binnen een meter uit de erfgrens op eigen grond een ontstoppingsstuk met rubberring of manchetafdichting worden toegepast. Wanneer dat niet mogelijk is, plaatst de gemeente in de openbare grond op kosten van de aanvrager een ontstoppingsstuk. Voor bedrijven moet voor iedere aansluiting binnen één meter uit de erfgrens op eigen terrein een controleput met een diameter van minimaal 315 mm geplaatst worden, die direct vanaf maaiveld toegankelijk is. De buizen van de aansluitleiding moeten worden aangelegd in de volgende kleuren: Groen voor hemelwaterafvoeren met een directe of indirecte lozing in bodem of oppervlaktewater. Grijs voor hemelwaterafvoeren op een openbaar regenwaterriool met een vuil reducerende voorziening (zogenaamde first flush principe). De aanvraag voor een aansluiting op het openbaar riool wordt slechts in behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.

Rechtspraak bij dit artikel