Het is verboden om het riool of een hemelwaterberging op een onjuiste manier te gebruiken. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:
het lozen van stoffen die, door hun aard of samenstelling, verstoppingen veroorzaken;
het lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van een voorziening aantasten;
het lozen van stoffen (waaronder regenwater) die, door de hoeveelheid, de doelmatige werking van een voorziening beïnvloeden.
Het lozen van stoffen die door hun aard, samenstelling of concentratie de kwaliteit van de bodem, grondwater en/of oppervlaktewater negatief beïnvloeden.
Artikel 5