Naar hoofdinhoud
Wanneer infiltratie in de bodem niet mogelijk is dan dient het hemelwater afgevoerd te worden naar oppervlaktewater of een hemelwaterriool, mits: het afwaterend verhard oppervlak meer is dan 30 m2 maar minder dan 1000 m² en oppervlaktewater of een hemelwaterriool bereikbaar is binnen een afstand van 100 meter van het plangebied. het afwaterend verhard oppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en oppervlaktewater of een hemelwaterriool bereikbaar is binnen een afstand van 300 meter van het plangebied. het afvoeren naar oppervlaktewater gaat hierbij voor het afvoeren naar een hemelwaterriool. Wanneer infiltratie in de bodem niet mogelijk is en geen oppervlaktewater of een hemelwaterriool aanwezig dan kan worden afgevoerd naar een overig openbaar riool. Bij het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater geldt een maximaal afvoerdebiet van 15 liter per seconde per hectare, voor zo ver er geen regels gelden vanuit het waterschap. Bij het lozen op het openbaar riool geldt een maximaal afvoerdebiet van 30 liter per seconde per hectare. Indien lozing op het openbaar riool plaatsvindt wordt er één perceelaansluiting voor hemelwater aangelegd. In afwijking van het vijfde lid worden meerdere perceelaansluitingen toegestaan bij: appartementengebouwen; technische beperkingen voor of bij doelmatigheidsoverwegingen bij het aansluiten van grotere diameters dan 160 mm.

Rechtspraak bij dit artikel