Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
Het college kan bepalen dat ten behoeve van de aanwijzing van een object als beschermd gemeentelijk monument een cultuurhistorisch, bouwhistorisch- en/of non-destructief archeologisch onderzoek wordt verricht.