weekmarkt: de warenmarkt die op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wekelijks wordt gehouden;
jaarmarkt: de warenmarkt die twee maal per jaar op een daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste plaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan de vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standplaatshouder: ieder aan wie het door of namens het college van burgemeester en wethouders is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten;
grootverbruiker: standplaatshouder die per standplaats per dag meer gebruikt dan twee 380 Voltaansluitingen.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2024