Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2024

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet moet het marktgeld bedoeld in artikel 6 worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. De volgende termijnen vervallen elke drie maanden na het vervallen van de vorige termijn. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, moet het marktgeld worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na het ontstaan van de belastingplicht nog volle tijdvakken van drie kalendermaanden zijn tot het einde van het belastingjaar, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van de aanslag. De volgende termijnen vervallen elk drie maanden na de vorige termijn. Als na het ontstaan van de belastingplicht vijf kalendermaanden resteren tot het einde van het belastingjaar moet het marktgeld worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van de aanslag. De tweede termijn vervalt drie maanden na de eerste termijn. Als na het ontstaan van de belastingplicht vier kalendermaanden of minder resteren tot het einde van het belastingjaar moet het marktgeld worden betaald op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van de aanslag. De overige in deze verordening genoemde marktgelden moeten worden betaald bij de toewijzing van de standplaats. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel