Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 21.

Herziening en intrekking

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2024

De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015. De jeugdige en/of zijn ouders doen aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet of een pgb als bedoeld in artikel 8.1.1. van de Jeugdwet. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015 en/of artikel 2.3 of artikel 8.1.1. van de Jeugdwet herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat: de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders of de vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb is aangewezen; de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders niet voldoet aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb, of de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken voor zover blijkt dat het pgb niet is aangewend voor de bekostiging van de maatwerk- of individuele voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel