Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 23.

Terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2024

Als het college een beslissing op grond van artikel 21 lid 3 onder a van deze verordening heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en diegene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van ten onrechte genoten maatwerkvoorziening, individuele voorziening of pgb. Indien de aanbieder van pgb en/of ZIN op grond van de Wmo 2015 aantoonbaar opzettelijk ondoelmatig en/of onrechtmatig ondersteuning heeft verleend, dan kan geheel of gedeeltelijk de geldwaarde gevorderd worden van de ten onrechte genoten voorziening bij de pgb- en/of ZIN- aanbieder. Indien de aanbieder van pgb en/of ZIN op grond van de Jeugdwet aantoonbaar ondoelmatig en/of onrechtmatig ondersteuning heeft verleend, dan kan geheel of gedeeltelijk de geldwaarde gevorderd worden van de ten onrechte genoten voorziening bij de pgb- en/of ZIN-aanbieder. Het college kan tot terugvordering overgaan indien: vervallen; voor zover een cliënt het budget of een deel daarvan niet kan verantwoorden; de pgb- en/of ZIN-aanbieder geld heeft ontvangen voor zorg die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend; voor zover cliënt wist of heeft kunnen weten dat het pgb ten onrechte is betaald, dan wel de maatwerk- of individuele voorziening ten onrechte is verstrekt; het recht op een in eigendom verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken; het recht op een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken; een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is toegeëigend, vervreemd of verpand; een maatwerk- of individuele voorziening of pgb zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel