Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.11

Gedoogplichten nutsvoorzieningen

Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden bouwterreinen particuliere woningen

1.. De koper neemt in het raam van artikel 10.19 a en 10.11 van de Omgevingswetof een daarvoor in de plaats tredende regeling op zich jegens een nutsbedrijf - als bedoeld in hoofdstuk 1 sub 9 - de navolgende kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vorenomschreven perceel grond, te weten: het gedogen van het aanleggen, hebben, houden, onderhouden en verwijderen van installaties en leidingen met de daarmede in verband staande beveiligingswerken en het onderhouden en instandhouden van voormelde werken, herstel en vernieuwing daaronder begrepen, in, aan, boven of onder het perceel grond en de daarop gestichte of nog te stichten opstal; indien geen trottoirs langs het perceel grond zullen worden aangelegd en ten gevolge daarvan de te plaatsen lichtmast(en) en kabelverdeelkast(en) - voor zover redelijkerwijs niet anders mogelijk - in- c.q. op het perceel grond zullen komen te staan, het gedogen van het aanleggen, hebben, onderhouden en verwijderen van de te plaatsen lichtmasten en kabelverdeelkasten met daarmee in verband staande beveiligingswerken en het onderhouden en instandhouden van voormelde werken, herstel en vernieuwing daaronder begrepen, in, aan, boven of onder het perceel grond en de daarop gestichte of nog te stichten opstal; om het betreffende nutsbedrijf de daarvoor nodige toegang tot het perceel grond te verlenen. 2.. De bepalingen in artikel 3.12, lid 2 tot en met 5 zijn op deze gedoogplichten van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel