Het auditcomité bestaat uit ten minste vijf leden. Zowel raadsleden als fractievolgers kunnen lid van het auditcomité zijn.
Elke fractievoorzitter kan één lid aanstellen, met uitzondering van de fractie waarin de voorzitter van het auditcomité zitting heeft: de fractievoorzitter van deze fractie mag een extra lid voordragen. In dat geval heeft de voorzitter geen stem in het auditcomité. Na afstemming met de fractievoorzitters kan in bijzondere gevallen een extra lid van een fractie worden aangesteld.
De aanstelling geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse aanstellingen. Indien gedurende een raadsperiode wisseling in de bezetting van het auditcomité plaatsvindt, doet de fractievoorzitter hiervan mededeling aan de voorzitter van het auditcomité.
Hij die ophoudt raadslid of fractievolger te zijn, kan geen lid meer van het auditcomité zijn.
De fractievoorzitter kan de aanstelling van een lid uit zijn fractie intrekken. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van het auditcomité.
Een auditcomitélid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daar van schriftelijk kennis aan de voorzitter van het auditcomité.
Bij verhindering van een lid kan de fractievoorzitter een vervanger aanwijzen.