Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 5.2

Artikel 26

Toezicht

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024

1.. Het college ziet toe op de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde regels en op basis daarvan opgestelde overeenkomsten. 2.. Het college wijst daartoe toezichthouders aan die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het gestelde bij of krachtens de wet. 3.. De toezichthouder onderzoekt of de dienstverlening van de aanbieder redelijkerwijs plaatsvindt of zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens de wet gestelde regels. 4.. Een onderzoek kan bestaan uit onderzoek naar de werkwijze, kwaliteit alsmede rechtmatigheid van de maatschappelijke ondersteuning. 5.. Een onderzoek kan steekproefsgewijs of incidenteel (signaalgestuurd) plaatsvinden. 6.. Als uitgangspunt geldt dat een onderzoek aangekondigd plaatsvindt, tenzij de belangen van het onderzoek zich daartegen verzetten. 7.. De volgende typen onderzoek kunnen worden onderscheiden: kwaliteitscontrole, een onderzoek of de geleverde hulp of ondersteuning van goede kwaliteit is; materiële controle, een onderzoek of de gedeclareerde prestatie is geleverd en of deze valt binnen een afgegeven indicatie of aanwijzing; formele controle, een onderzoek of het gedeclareerde bedrag voortvloeit uit een prestatie die voldoet aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overeenkomst of subsidieafspraken; detailcontrole, onderzoek naar bij een aanbieder berustende persoonsgegevens met betrekking tot cliënten die hun woonplaats hebben in de gemeente Nijmegen, ten behoeve van materiële controle of fraudeonderzoek; fraudeonderzoek, onderzoek waarbij nagegaan wordt of degene die bij de gemeente of de SVB een bedrag in rekening brengt voor maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp, valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering pleegt of tracht te plegen ten nadele van de gemeente, met het doel een betaling of een ander voordeel te verkrijgen waarop hij geen recht heeft of kan hebben.

Rechtspraak bij dit artikel