Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8a

Eigen kracht in de Jeugdwet

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024

1. . In het onderzoek naar een jeugdhulpvoorziening wordt ten eerste de benodigde hulp en ondersteuning bepaald. Vervolgens wordt beoordeeld: Welk deel van deze hulp en ondersteuning onder de gebruikelijke hulp van ouders aan kinderen valt; Welk deel van de hulp bovengebruikelijk is; Of jeugdige en ouders over voldoende eigen kracht beschikken om de benodigde bovengebruikelijke hulp zelf, eventueel met hun sociale netwerk te kunnen bieden; Of de jeugdige daarenboven nog een jeugdhulpvoorziening nodig hebben. 2. . Indien en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders toereikend zijn om de problemen zelf het hoofd te bieden, eventueel met behulp van personen uit het sociale netwerk of andere instellingen die ondersteuning bieden, verstrekt het college geen jeugdhulpvoorziening. Dit vereist een zorgvuldige individuele beoordeling gemaakt tegen de achtergrond van de specifieke problematiek van de jeugdige. 3. . Uitgangspunten bij de individuele beoordeling zijn: Ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht; Gebruikelijke hulp, waarbij de leeftijd van het kind bepalend kan zijn in de hoeveelheid gebruikelijke hulp die van een ouder verwacht wordt; Het bieden van een beschermende woonomgeving door de ouders, wat betekent dat: De lichamelijke en sociale veiligheid van het kind gewaarborgd is; De ouders een bij de leeftijd van het kind passend opvoedkundig klimaat bieden; Het kind de verzorging begeleiding en stimulans krijgt die nodig is bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. 4. . Bovengebruikelijke hulp valt onder eigen kracht zo lang de ouders zonder problemen in staat en beschikbaar zijn bovengebruikelijke hulp te bieden.

Rechtspraak bij dit artikel