Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening Alblasserdam 2023

In deze verordening wordt verstaan onder: Ambitieleeftijd: de gewenste minimale eindleeftijd van een boom. Voor gemeentelijke bomen is dit 30 tot 60 jaar, voor bomen met een monumentale status is dit 80 jaar; Beplanting: alle houtopstanden en overige al dan niet overblijvende gewassen, waaronder heesters, struiken, bloemen en planten; Beschermd dorpsgezicht: een gebied in een dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. De bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en in te zetten bij ruimtelijke ontwikkelingen of (her)inrichting; Beschermwaardige beplanting: alle al dan niet overblijvende gewassen die zijn vastgelegd binnen de groene zones op de Groene Kaart. Hieronder valt bosplantsoen, heesters, struiken, bloemen, planten en grassen die als samenhangende eenheid te herkennen zijn en zijn vastgelegd op de Groene Kaart. Beschermwaardige boom: individuele boom die beschermwaardig is vanwege zijn leeftijd of stamdiameter en/of locatie. Ook bomen en boomvormers die zijn geplant in het kader van herplantplicht na het vellen van een beschermwaardige boom worden vanaf aanplant beschouwd als beschermwaardige boom; Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning (artikel 1.1 Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht); Bomen Effect Analyse (BEA): een gestandaardiseerde beoordeling van de mogelijk nadelige effecten van een ruimtelijke ontwikkeling of (her)inrichting in de nabijheid van bomen. Hierbij wordt de bestaande situatie van de bomen geanalyseerd en worden alle risico’s voor het te handhaven bomenbestand geïnventariseerd; Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 cm op een hoogte van 130 cm boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; Boomsparende/mitigerende maatregelen: ‘verzachtende’ maatregelen die in stand te houden bomen beschermen tijdens de uitvoeringsfase van een ruimtelijke ontwikkeling of (her)inrichting; Boomstructuur: een lijn- of vlakvormige groep bomen die als eenheid te herkennen is, met bijvoorbeeld een ecologische of historische functie; Boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch deskundige op het gebied van bomen, in het bezit van het certificaat ‘European Tree Technician’ of gelijkwaardig niveau; College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Alblasserdam, in veel gevallen het bevoegd gezag; Dunnen: het verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte verloren gaat van de betreffende houtopstand. Dunning is een beheermaatregel en wordt daarmee niet onder het begrip vellen geschaard; Functies conform bestemmingsplan: zoals in het Bestemmingsplan ‘‘Herstelplan Alblasserdam”van de gemeente Alblasserdam beschreven functies; Groenfonds: gemeentelijk fonds voor de financiële compensatie van bomen en andere beplantingen die met vergunning voor vellen zijn verwijderd en niet herplant kunnen worden, of onrechtmatig zonder vergunning zijn verwijderd en niet herplant kunnen worden; Groentoets: een beoordeling voor alle beplantingen, inclusief bomen, van de gevolgen van voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling of (her)inrichting, inclusief een plan van aanpak met mitigerende en compenserende maatregelen voor het tegengaan van negatieve effecten op het groen; Groene zones: het totaal van gebieden waarin de aanwezige bomen en/of beplanting als punt, vlak of lijn, vanwege de groene waarde voor de omgeving beschermwaardig zijn; Houtopstand: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend; Kandelaberen: het voor de eerste maal afzetten van een bestaande, regulier uitgroeiende kroon, middels het ingrijpend innemen van de gesteltakken tot ‘takstompen’, met als doelstelling het ingrijpend reduceren (35-50%) van de bestaande kroonomvang; Knotten: het periodiek terugzetten van de gehele kroon tot op de centrale knot, middels het verwijderen van opnieuw uitgelopen loten, twijgen en takken; Kappen: het geheel of grotendeels bovengronds verwijderen van een houtopstand; Nazorg: het periodiek controleren van bomen in de eerste 3 jaar na aanplant op onder meer vochtbehoefte en zuurstofwaarden en eventueel andere essentieel te treffen maatregelen om de boom een gezonde start mee te geven. Wanneer een boom gedurende een nazorgperiode van 3 jaar niet of niet goed aanslaat, is betreffende aannemer verplicht de boom te vervangen voor dezelfde soort en plantmaat en gaat opnieuw een periode van 3 jaar nazorg in; QuickScan: een vooronderzoek wanneer ruimtelijke ontwikkelingen of (her)inrichting gaat plaatsvinden, waarbij bomen en /of beplanting betrokken zijn en wordt bepaald of de beoogde ontwikkelingen en daaraan gekoppelde activiteiten van invloed zijn op de, in of bij het gebied aanwezige beplanting; Ruimtelijke ontwikkeling: een ingreep in de fysieke leefomgeving; Taxateur: een boomdeskundige die schades aan bomen of boomgroepen uitdrukt in geld en officieel als zodanig geregistreerd staat bij de beroepsvereniging Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; Tuin: het onbebouwde deel van een bouwkavel aangrenzende een (woon)huis, ingericht ten dienste van het gebruik van dat (woon)huis; Vellen: rooien, voor de eerste keer knotten of kandelaberen of kandelaren van een houtopstand, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel