Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2.2

Artikel 2.3

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023

1.. Het college kan, eventueel op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak (met of zonder terrein) aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2.. Als het college het voornemen heeft om een onroerende zaak aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument, maakt zij dit, na overleg met de eigenaar, schriftelijk bekend aan alle zakelijk gerechtigden die op die onroerende zaak genoemd staan in de openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 3.. De zakelijk gerechtigden kunnen gedurende vier weken na de bekendmaking van het voornemen als bedoeld in het tweede lid, schriftelijk reageren op het voornemen tot aanwijzing van een gemeentelijk monument. 4.. Het college kan bepalen dat ten behoeve van een voorgenomen aanwijzing een bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 5.. Dit artikel is niet van toepassing op: rijksmonumenten; monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. 6.. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voert het college overleg over het voornemen met de eigenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel