**1.** De vergunning, bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt verleend:
a. voor wat de particuliere graven betreft, voor de tijd, gedurende welke het recht op het graf bestaat;
b. voor wat de algemene graven betreft, voor de duur van de gebruikstermijn; de vergunningstermijn kan éénmalig op schriftelijk verzoek van de houder van de vergunning voor de tijd van ten hoogste tien achtereenvolgende jaren worden verlengd.
**2.** Wanneer ten behoeve van de gemeente van het recht tot het uitsluitend begraven in een grafruimte afstand wordt gedaan, alsmede bij het vervallen verklaren van zodanig recht, vervalt van rechtswege een ingevolge dit artikel voor de desbetreffende grafruimte verleende vergunning.
**3.** Bij overboeking van het recht tot het uitsluitend begraven in een grafruimte ten name van een andere rechthebbende, wordt een vergunning als bedoeld in lid 1, geacht van de datum van overboeking af te zijn verleend aan de nieuwe rechthebbende, die van het tijdstip af aansprakelijk is voor de nakoming van de uit de vergunning voortvloeiende verplichtingen.
**4.** Een vergunning ten behoeve van het plaatsen van een gedenkteken op een algemeen graf wordt slechts verleend wanneer aan de bepalingen uit dit artikel is voldaan en wanneer alle begraaflagen van het betreffende algemene graf in gebruik zijn genomen.
Hoofdstuk 7
Artikel 22
Duur van de vergunning
Onderdeel van Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Gemeente Hardinxveld-Giessendam