De jeugd van 6-11 jaar gaat steeds verder de wijk in. Haar verkenningsgebied is vrijwel de gehele openbare ruimte. Wanneer men door een wijk loopt waar veel jeugdigen wonen, zal men vrijwel in ieder plantsoen, langs iedere sloot, op elk stuk rustige verharding en op menig blinde muur de sporen van spel aantreffen.
De jeugd speelt meer in groepjes met jeugd van school of uit de buurt. Per jeugdige is circa 10 m2 groene en 10 m2 verharde ruimte nodig, maar dan wel gebundeld met de ruimte van vijf andere jeugdigen zodat er ruimtes van circa 50 m2 ontstaan.
Van groot belang voor deze leeftijdsgroep is de mogelijkheid om balspelen te doen. Per speelbuurt (loopafstand tot 350 meter) moet er een verharding of grasveldje van minimaal 50 m2 aanwezig zijn, waar ‘na schooltijd en na het eten’ met een groepje van ongeveer vijf jeugdigen gevoetbald kan worden. Zowel de jongens als de meisjes vinden dit belangrijk.
Daarnaast moet er voldoende plantsoen en ruigte zijn waar ze bloemen kunnen plukken en hutten kunnen bouwen. Ook verkeersluwe wegen, stoepen, hofjes en pleintjes voor straatspelen als knikkeren, touwtjespringen, speurtochten en tik- en verstopspelen zijn nodig voor deze leeftijdsgroep. Verder groeit in deze leeftijd onder de meisjes de behoefte aan ‘kletsplekjes’.
Vooral de grotere groene locaties in Medemblik bieden voldoende ruigte waar gespeeld en gebouwd kan worden. De dorpen hebben voor de jeugd voldoende spannende informele speelplekken, waarbij Twisk door haar groene rand de meeste ruimte biedt.
Hoofdstuk › Paragraaf 4.
Artikel 4.3.
Informeel spel jeugd
Onderdeel van Nota Speelplekkenbeleid 2023-2033