Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5.

Artikel 5.6.

Spreiding van speelplekken

Onderdeel van Nota Speelplekkenbeleid 2023-2033

De belangrijkste normen en richtlijnen zijn in Tabel 2 samengevat en weergegeven. Door toetsing aan deze normen en richtlijnen kan aangegeven worden wanneer er wel of geen speelplek moet komen en waar. De kosten van aanleg en onderhoud zijn hoog, dus kan er niet aan elk verzoek om een extra speelplek of het opknappen van een speelplek gehoor worden gegeven. De normen en richtlijnen zorgen voor een passend, begrijpelijk en eerlijk antwoord op dit soort verzoeken. In Tabel 2 worden normen gegeven voor het aantal kinderen in de verschillende leeftijdscategorieën dat binnen een actieradius moet wonen voordat er een speelplek dient te worden gerealiseerd. Meestal wonen in nieuwe wijken veel kinderen en neemt dit aantal in de loop der jaren af tot een basisniveau. In veel wijken vindt na circa 25 jaar wel weer een ‘verjonging’ plaats, maar de zeer hoge kinderaantallen komen dan meestal niet meer voor. Zelden wonen er in een wijk die ouder is dan 20 jaar meer dan 25 kinderen binnen een actieradius van een speelplek. De ervaring leert dat een speelplek voor kinderen ongeveer even lang noodzakelijk is als de levensduur (circa 10 à 12 jaar) van de meeste toestellen. Wel ‘wandelt’ een speelplek voor deze leeftijdsgroep nog wel eens door de wijk door een lokale toename van het aantal kinderen. De speelplekken voor deze leeftijdsgroep dienen dan ook om de 5 jaar geëvalueerd te worden op kinderaantal. De gemeente evalueert de speelplekken voor de jongste categorie elke 5 jaar op spreiding Doordat jeugdigen en jongeren vanuit een grotere omgeving (wijk) gebruikmaken van één of enkele speelplekken, varieert het aantal dat binnen de actieradius woont veel minder. Onderzoek en ervaring leert dat er rond een centraal gelegen, goed functionerende speelplek voor deze leeftijdscategorieën vrijwel nooit te weinig jeugdigen of jongeren wonen, zelfs niet in de loop van 25 jaar. Dit betekent dat voor de jeugdigen en voor de jongeren over het algemeen duurzame speelplekken verspreid over de wijken aangelegd worden. Het is belangrijk hiervoor een goede, permanente spreiding te realiseren, omdat deze plekken groter, uitdagend en aantrekkelijk moeten zijn. Door een duurzaam netwerk aan speelplekken met een ‘stevige’ inrichting en een centrale ligging blijkt 70% van de locaties van speelplekken vast te liggen en duurzaam ingericht te kunnen worden. De normen in Tabel 2 bieden onder meer randvoorwaarden voor inrichting.

Rechtspraak bij dit artikel