Bij het vaststellen van de budgetten voor aanleg, onderhoud, beheer en vervanging van speelvoorzieningen is gezocht naar de juiste onderlinge verhouding tussen deze posten. De kern daarbij is dat de totale waarde van de toestellen niet moet stijgen zonder dat er voldoende onderhouds- en vervangingsbudgetten (instandhoudingsbudgetten) beschikbaar zijn.
Extra informatie hierbij is dat beweegtoestellen en sportvoorzieningen als jeu de boules banen (zonder vereniging) ook onder dit budget vallen.
6.5.1. Structurele kosten
Het budget voor het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt gebaseerd op het gekozen onderhoudsniveau. De speeltoestellen worden daarbij in een goede staat gehouden. Omdat de kosten voor aanschaf van speelvoorzieningen jaarlijks variëren en de afschrijvingstermijnen van de verschillende typen toestellen niet gelijk zijn, variëren de werkelijke kosten voor vervanging per jaar. Aan de hand van de afschrijvingstermijn, het plaatsingsjaar en de vervangingswaarde kunnen voor de komende jaren de benodigde budgetten worden bepaald.
6.5.2 Nieuwe aanleg
Bij de aanleg van nieuwe speelplekken binnen uit- of inbreidingswijken (ook herstructurering en herontwikkeling) dienen de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld te worden voor zowel de realisatiekosten (eenmalig) als voor de structurele instandhoudingskosten. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van werkelijke kosten, inclusief eventuele voorbereidings- en inspraakkosten. De budgetten die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van openbare speelplekken moeten jaarlijks worden geïndexeerd.
6.5.3. Ontwerpen en aanleggen van speelvoorzieningen
Het valt buiten het kader van deze nota speelplekkenbeleid om alle richtlijnen voor het technisch ontwerp van een speelplek en de omgeving te beschrijven. Een ontwerp voor een enkele speelplek staat daarnaast ook niet los van de speelplekken in de gehele buurt of soms zelfs gehele wijk. Voor de ruimte en het aantal speeltoestellen dat per speelplek aanwezig moet zijn, is in Tabel 1 een aantal richtlijnen gegeven. Daarbij moet men onderscheid maken tussen de specifieke speeltoestellen en de speelprikkels. Bijlage IV geeft richting aan een Programma van eisen ten aanzien van informele en formele speelplekken
Nadat er speelvoorzieningen gerealiseerd zijn moet er voldoende budget beschikbaar zijn om de speeltoestellen en de inrichting van de speelplekken te beheren en onderhouden.
6.5.4. Beheer en onderhoud
Nadat er speelvoorzieningen gerealiseerd zijn, zal er voldoende budget beschikbaar moeten zijn om de speeltoestellen en de inrichting van de speelplekken te beheren en te onderhouden. Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden aan het toestel, de veiligheidsondergrond en de omgeving in relatie tot het vervangingsschema en het gebruik van het toestel. Het beheer bestaat uit de overige werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden om de speelvoorzieningen in stand te houden, waaronder de veiligheidsinspecties.
In Bijlage V is een overzicht gegeven van de kosten per speeltoestel. In de berekening van deze normen voor de jaarlijkse onderhoudskosten is uitgegaan van het hoogste onderhoudsniveau (100%). In een ideale situatie betekent dit onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren (met originele onderdelen) en dat te allen tijde graffiti verwijderd is.
Voor een gemeente is het echter voldoende en meer realistisch om het onderhoud van de speeltoestellen op een lager niveau uit te voeren. De ondergrens daarbij is het acceptatieniveau waarbij een toestel blijft voldoen aan de veiligheidsnormen en voldoet aan de eisen van algemene welstand. Dit niveau kan op een schaal van 0 (slecht) tot en met 100% (excellent) uitgedrukt worden. In Medemblik wordt het onderhoudsniveau bepaald op 70% (goed).