Naar hoofdinhoud
1.. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening benoemde leden van respectievelijk de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en van de Adviescommissie Cultuurhistorie, worden geacht op grond van artikel 5 benoemd te zijn als leden van respectievelijk de Kamer Omgevingskwaliteit en de Kamer Cultuurhistorie, waarbij de resterende zittingsperiode afhankelijk is van het aantal jaar dat deze leden al lid zijn van de genoemde commissies. 2.. Als voor de inwerkingtreding van de verordening een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en Cultuurhistorie wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel