Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de Kamers worden benoemd door het college. Het college kan plaatsvervangende leden benoemen. 2.. Elke Kamer stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan de raad wordt toegezonden. Daarin wordt ook de wijze waarop de voordracht van haar leden voor benoeming plaatsvindt opgenomen. 3.. De leden van de Kamer Omgevingskwaliteit worden voor een termijn van ten hoogste 3 jaar benoemd. Herbenoeming kan eenmaal voor ten hoogste 3 jaar plaatsvinden. 4.. De leden van de Kamer Cultuurhistorie worden voor een termijn van ten hoogste 4 jaar worden benoemd. Herbenoeming kan eenmaal voor ten hoogste 4 jaar plaatsvinden. 5.. Afgetreden leden zijn 3 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 6.. De leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. 7.. De leden kunnen door het college worden geschorst en worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 8.. De leden van de Kamers ontvangen voor hun werkzaamheden een door het college vastgestelde vergoeding per bijgewoonde vergadering. Bij benadering het bedrag, als vermeld in de bij de A.M.v.B. behorende tabel ll, zoals jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld voor een gemeente in klasse 5.

Rechtspraak bij dit artikel